Bij ons train je geen spieren

Dit moet even in de context geplaatst worden. Hier een quote van Thomas Myers: ‘Terwijl elk anatomieboek ongeveer 600 verschillende spieren opsomt, is het eigenlijk accurater om te zeggen dat er 1 spier in 600 verschillende fasciale zakjes zit’ (1). Dit wil zeggen dat je hele spiersysteem met elkaar in verbinding staat door middel van myofasciale lijnen. En niet alleen het spiersysteem. Fascia, bot, pees, ligament, gewrichtskapsels, zenuwen, bloed en lymfe staan allemaal met elkaar in verbinding.

De overgang van spier naar pees naar bot word in de boeken altijd heel duidelijk weergegeven. Echter is dit niet de realiteit. Als je een spierpeesovergang onder de microscoop bekijkt kan je niet een duidelijk punt benoemen waar de spier overgaat in de pees. Dit is een zeer geleidelijke overgang. Je spier is dus je pees, en je pees is je spier. Dit geldt voor elke bindweefselverbinding en noemen we in serie anatomie (2).

Maar, waarom is dit dan belangrijk?

Dit betekent dat alles in jouw lijf in verbinding staat. En dus dat elke beweging of drukverandering overgebracht zal worden tot elke cel, tot op zekere hoogte. Daarom is een ideale trek en drukverdeling over alle structuren belangrijk. Dit wordt tensegrity genoemd, een onderwerp voor een latere blogpost. Omdat alles in je lichaam in verbinding staat, is het belangrijk om deze verbinding te trainen. Zo worden je bewegingen efficiënter en je lichaam blessurevrij.

Efficiëntie van beweging

We kennen allemaal wel een atleet waarbij zijn beweging vanzelf lijkt te gaan. Efficiëntie van beweging wordt gekenmerkt door hoe vloeiend of soepel een beweging gaat. 

Deze atleten, de beste bewegers op aarde gebruiken wij als voorbeeld. We kijken dan niet naar hoe ze trainen, maar hoe ze bewegen. Dit gaat volgens een specifieke volgorde. Door middel van deze volgorde optimaliseer je iets genaamd myofasciale krachtoverdracht. Dat betekend dat krachten over het hele lichaam worden verdeeld om zo een optimale prestatie te leveren. Het woord myofasciaal bestaat uit 2 delen. Myo- wat betekend spier, en -fasciaal wat bindweefsel betekend. Deze myofasciale krachtoverdracht kan met specifiek gerichte oefeningen worden getraind en aangeleerd. 

Hoe train je myofasciale krachtoverdracht?

  1. Train hele spierketens

Deze spierketens lopen in verschillende richtingen over het hele lichaam. Als je hierin geïnteresseerd bent raad ik je zeker het boek Anatomy Trains aan (1). Ook posten we regelmatig oefeningen die deze verbindingen trainen. Geïsoleerde oefeningen benutten deze myofasciale ketens niet.

  1. Optimaliseer je wandel/sprint/werp patroon

Dit zal verder aan bod komen in een toekomstige blog. Voor nu is het belangrijkste om te weten dat dit extreem belangrijke bewegingen zijn om efficiënt te kunnen. Het schakelt onze myofasciale ketens in op een optimale manier. Dit is eigenlijk waar onze menselijke blauwprint voor gemaakt is.

  1. Train parabolische bewegingen

Parabolische bewegingen, bijvoorbeeld een kettlebell of dumbell swing zijn een goede manier om de ritmische bewegingen die in sport voorkomen efficiënter te maken.  Je leert op welke manier en op welke momenten je spieren moet aanspannen en ontspannen voor betere sportprestaties.

  1. Train in elk bewegingsvlak

In de traditionele krachttraining wordt er voornamelijk getraind in het sagitale vlak, dat betekent recht naar boven, beneden of vooruit. Voorbeelden hiervan zijn een squat, deadlift of bench press. Bij beweging in sport en het dagelijks leven zit echter een grote rotatiecomponent die ervoor zorgt dat ons lichaam efficiënt krachten overbrengt en beweegt. Ook zorgt het trainen van meerdere bewegingsvlakken tegelijk ervoor dat de druk over ons hele lichaam verspreid wordt. Dit voorkomt piekbelasting in onze gewrichten en werkt dus blessurepreventief. 

  1. Myers, T. W. (2001). Anatomy trains: Myofascial meridians for manual and movement therapists. Edinburgh: Churchill Livingstone.
  2. van der Wal J. (2009). The architecture of the connective tissue in the musculoskeletal system-an often overlooked functional parameter as to proprioception in the locomotor apparatus. International journal of therapeutic massage & bodywork, 2(4), 9–23. https://doi.org/10.3822/ijtmb.v2i4.62